nieuws

van ons

Alweer die verdomde 'vervalste' handtekening!

Ruim een jaar geleden schreef ik over een arrest van de Hoge Raad. Over het veelgebruikte verweer dat een handtekening niet van die persoon zou zijn, die op basis van die overeenkomst iets moet. Hoewel vaak ten onrechte opgeroepen, is de strekking dat een dergelijk verweer zeer serieus moet worden genomen. De partij die stelt dat de ander is gehouden te betalen op grond van een overeenkomst, zal ook moeten bewijzen dat de handtekening van de ander op de overeenkomst staat.

Uitspraak Rechtbank Rotterdam

Recent heeft de Rechtbank Rotterdam zich over een zaak uitgelaten die aanschurkt tegen deze zaak. Andermaal staat de vervalste handtekening centraal. Gek of niet: de Rechtbank Rotterdam oordeelt vanuit een heel ander licht.

De casus is simpel: X vraagt de tussenpersoon Eyerix om op zoek te gaan naar de huur van een bedrijfspand. Eyerix komt uit bij Y. Y biedt een bedrijfspand te huur aan. Partijen gaan in overleg. Zodra partijen - waarbij Eyerix dus namens X spreekt / onderhandelt - elkaar hebben gevonden in een huurovereenkomst voor de duur van vijf jaren, gaat Eyerix met de huurovereenkomst naar X. X ondertekent de overeenkomst en voert deze ook, in het begin, uit. X betrekt het gehuurde en betaalt netjes de huur.

Uiteraard gaat het – anders is de rechtbank niet nodig – fout. X stopt al snel met het betalen van de maandelijks verschuldigde huur. Y wijst op de huurovereenkomst van vijf jaren en vordert de nakoming van de huurverplichtingen. X stelt dat de huurovereenkomst niet door hem is getekend en dat dus geen duur van vijf jaren is afgesproken. Nu geen overeenkomst voor bepaalde duur bestaat, is de stelling van Y dat (gezien de wet) sprake is van een huur voor onbepaalde tijd. Y mag de huurovereenkomst dus opzeggen en is geen huur meer verschuldigd.

De vraag is of X zich kan beroepen op een vervalste handtekening nu X zelf ervoor heeft gekozen een tussenpersoon in te schakelen die de totstandkoming van de huurovereenkomst heeft geregeld. Het antwoord van de rechtbank is “nee”. X heeft pech.

De rechtbank overweegt dat in dit geval Y er gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat – ook als de handtekening op de huurovereenkomst niet van X afkomstig is – de inhoud van de schriftelijke overeenkomst voor X akkoord was.

De rechtbank haalt de uitspraak van de Hoge Raad aan en stelt dat het in beginsel de taak van Y is om de echtheid van de handtekening van X te bewijzen. Daarop bestaat wel een uitzondering voor die gevallen waarin dé ander (Y dus) zelf heeft toegelaten dat de mogelijkheid voor het vervalsen van de handtekening ontstaat en daarmee de (onbedoelde) schijn te wekken dat het een door hem geplaatste handtekening betrof.

Onderhandelingen door een tussenpersoon

Kort gezegd: als je zelf te lui bent om de onderhandelingen te voeren en contact te leggen met je beoogde contractspartij, maar je geeft wel uitvoering aan de overeenkomst die voor je is beklonken, dan kun je achteraf niet (zomaar) stellen dat je handtekening is vervalst.

De parallel is hier te maken met de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid. Als een partij de schijn wekt dat een andere partij hem of haar vertegenwoordigt, dan is deze vertegenwoordigde gehouden de afspraken na te komen.

In dit geval heeft X ervoor gekozen Eyerix te laten zoeken naar een bedrijfspand én de onderhandelingen voor X te laten voeren. Y hoefde dan ook niet te twijfelen aan de opdracht zoals X die had verstrekt aan Eyerix. Eyerix heeft ook verklaard dat zij alles met X afstemde én ook nadat de overeenkomst is getekend heeft X uitvoering gegeven aan de overeenkomst.

Om die reden komt de vervalste handtekening, zou daar sprake van zijn, voor rekening en risico van X. X heeft nota bene zelf de vervalser ingeschakeld.

X moet aan X de lopende huurverplichtingen nakomen.

Die verdomde handtekening is toch nog niet zo makkelijk!

Hebt u vragen n.a.v. dit artikel? Neem contact op met Jop