nieuws

van ons

Contant geld in de ban

Het betalingsverkeer is flink in beweging. Het is tegenwoordig de normaalste zaak van de wereld om met je telefoon of smartwatch te betalen. Waar in 2010 nog 65% van alle transacties contant werden afgerekend, is dit percentage inmiddels afgenomen tot 20% in 2022. Banken zijn hier maar wat blij mee, aangezien zij een beleid voeren om contante betalingen in de ban te doen, nu dit bijdraagt aan het tegengaan van witwassen van geld en andere criminele activiteiten. Echter, ondernemingen binnen diverse branches worden onevenredig hard getroffen door dit beleid van de banken en worden geconfronteerd met serieuze problemen. Kan dit zomaar?

Het anti-witwasbeleid van banken

Als onderdeel van het anti-witwasbeleid kunnen banken verschillende maatregelen opleggen aan hun relaties. Zo kan bijvoorbeeld de opnamelimiet worden beperkt of kan de bank bepalen dat een onderneming bij slechts 40% van alle transacties gebruik mag maken van contant geld. Daarnaast moeten ondernemers zeer gedetailleerde vragenlijsten invullen over contante transacties die zij hebben uitgevoerd. Als de bank niet tevreden is met de antwoorden, onderneemt de bank actie en kan de bankrekening zelfs worden opgezegd.

Internationale transacties

In Nederland neemt de populariteit van contante betalingen flink af, maar in Duitsland, Portugal, Spanje en Italië wordt nog steeds meer dan 80% van de betalingen verricht in contanten. Dit is dan ook precies waar de schoen wringt voor ondernemers. Ondernemers worden door het anti-witwasbeleid belemmerd als zij zaken willen doen over de grens, waar contante betalingen juist de norm zijn.

Kan dit zomaar?

De vraag is of banken in Nederland dit anti-witwasbeleid zo maar mogen uitrollen. De hoofdregel is dat een bank zelf mag bepalen met wie zij een betaalrekening aangaat en onder welke voorwaarden zij dat wil. Daarnaast zijn banken verplicht tot een integere bedrijfsvoering op grond van de Wet op het financieel toezicht (Wft) en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

Deze hoofdregel (autonomie) is echter voor de banken niet onbegrensd. De Hoge Raad heeft in 2021 bepaald dat het hebben van een bankrekening een essentieel onderdeel is om mee te doen in de hedendaagse maatschappij en dat een ondernemer hier dus zonder meer recht op heeft. De rechter heeft tevens al een aantal keer geoordeeld dat beperkende maatregelen in het kader van het anti-witwasbeleid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn en bovendien in strijd zijn met de zorgplicht die een bank jegens haar relaties heeft. Daarnaast is De Nederlandsche Bank van mening dat de banken in Nederland te ver gaan in hun pogingen om de witwasrisico's te beperken.

Wij helpen u graag

Wordt u geconfronteerd met beperkende maatregelen opgelegd door uw bank? En wilt u weten of deze maatregelen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn en in strijd zijn met de hierboven genoemde zorgplicht? reijnders advocaten helpt u graag!

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem contact op met Jop

Of bel Jop

Veel gestelde vragen

Wanneer het een bedrijf voor de wind gaat, wordt er vaak van uit gegaan dat de bank die nu uw groei financiert, ook in slechte tijden – wanneer het bedrijf zich in noodweer bevindt – paraplu’s uitdeelt om u voor erger te behoeden. De realiteit vertelt echter meestal een ander verhaal. De bank zal het krediet in veel gevallen opzeggen en binnen korte tijd willen opeisen. Wat kunt u doen?

De eerste optie waar veel ondernemers aan denken is om de pijlen te richten op de bank om de rechtmatigheid van de intrekking aan te vechten om het krediet te kunnen behouden. Het blijkt dat deze aanval over het algemeen niet erg kansrijk is en veelal alleen maar meer kosten (en frustratie) met zich meebrengt.

Een betere optie is om voor de korte financiering (rekening-courant krediet) op zoek te gaan naar vervanging. Dit kan door bijvoorbeeld een investeerder te zoeken of het gat zelf aan te vullen door middel van verkoop van voorraad en inventaris.
Voor het krediet op lange termijn (geldlening) kunt u het beste uw bedrijf onder de loep nemen met een expert . Hij kan u aangeven wat er nodig is om uw bedrijf weer financieel gezond te maken. Hiermee is de kans veel groter dat u de bank overhaalt tot het opschorten van de eis tot betaling. De belangen van de ondernemer en de bank zijn hier immers hetzelfde: het door laten lopen van de lening en het voorkomen van gedwongen verkoop. Zowel de bank als u zullen immers veelal door executoriale verkoop ‘wonden moeten likken’.

Het is dus slimmer om goed naar uw bedrijf te kijken in plaats van direct tot de aanval over te gaan. Dit kan u kosten besparen en de kans op het redden van uw bedrijf aanzienlijk vergroten.

 

Wanneer een ondernemer kansen ziet, wil hij deze vanzelfsprekend graag benutten. Vaak is daarvoor financiering nodig. Bijvoorbeeld voorraadfinanciering en financiering ten behoeve van een nieuw aan te schaffen efficiëntere machine. Uw bank zal op basis van bancaire financieringsnormen uw financieringsverzoek beoordelen.  Belangrijk daarbij is dat de bank voldoende zekerheid krijgt dat het aan u te lenen bedrag terug betaald wordt. De onderliggende waarde van de aan de bank veelal te verpanden inventaris, machines en debiteurenvorderingen worden op voorzichtige percentages ingeschat.

Leasing als financieringsvorm biedt als grote voordeel dat de financierder, de leasemaatschappij, veelal bereid is een substantieel groter percentage (tot 100%) van de specifiek door u gewenste asset, machine, te financieren dan de bank. Logisch, indien u beseft dat bij de leasemaatschappij specifieke kennis aanwezig is omtrent verschillende machines en andere roerende zaken en grip heeft op de waardeontwikkeling (2e hands) en het onderhoud.

Factoring biedt als grote voordeel dat u niet 60-90 dagen of langer op uw debiteuren hoeft te wachten. Factoring biedt de mogelijkheid van bevoorschotting op uw debiteurenvorderingen tot 100%. U maakt aldus uw debiteurenportefeuille liquide en beschikt dus eerder over geld om bijvoorbeeld nieuwe voorraad te kunnen kopen. Bij factoring ‘verkoopt’ u als het ware uw vordering op een debiteur aan een gespecialiseerd factoringbedrijf voor een bedrag dat net iets minder is dan de vordering. Hierdoor wordt de vordering aan u direct voldaan, en verhaalt het bedrijf de vordering weer bij uw oorspronkelijke debiteur. De voordelen hiervan zijn duidelijk: u hoeft niet onnodig lang op uw geld te wachten. Een nadeel is dat u in ruil voor het afdekken van het risico op wanbetaling van uw debiteur, niet het volledige bedrag betaald krijgt. Ook zijn niet alle debiteurenvorderingen en portefeuilles geschikt voor factoring.

Een levering van producten wordt meestal niet direct betaald. Om een leverancier toch zekerheid te bieden dat het te betalen bedrag voldaan wordt, kan een bankgarantie worden gesteld. De bank stelt deze bankgarantie door op de rekening van de partij, die in de toekomst dient te betalen, een bedrag te ‘bevriezen’ of kredietlimieten terug te schalen met het te betalen bedrag. Wanneer de afnemer failliet raakt of wanneer er een andere reden is waarom de afnemer niet betaalt, kan de leverancier zich beroepen op de bankgarantie om alsnog zijn geld te krijgen.

Wanneer de leverancier bij de bank onder de bankgarantie claimt, zal de bank niet de rechtsverhouding tussen afnemer en leverancier beoordelen en derhalve niet kennis nemen van eventuele discussies daaromtrent. De bank zal het geclaimde bedrag onvoorwaardelijk uitbetalen indien voldaan is aan de (eenvoudige) tekst van de bankgarantie . De afnemer kan, wanneer hij het hier niet mee eens is, een claim indienen tegen de leverancier zelf, maar niet tegen de bank.

De kosten van een bankgarantie worden meestal berekend als een percentage van de hoofdsom.

Wanneer een bankgarantie wordt gesteld voor een buitenlandse begunstigde, loopt de garantie via twee banken: een in het land van de afnemer en een in het land van de leverancier. 

Een pandrecht is een zekerheidsrecht

Wanneer een financier geld uitleent, wil hij zeker weten dat hij het terug krijgt. De terugbetaling kan hij ‘verzekeren’ door middel van zgn. zekerheidsrechten. Het bekendste zekerheidsrecht is een hypotheekrecht. Minder bekend is het pandrecht. Beide rechten werken hetzelfde: komt degene aan wie het geld is uitgeleend zijn verplichtingen niet na, dan kan de zaak waarop het zekerheidsrecht door de geldlener aan de financier is gegeven door de financier worden ‘uitgewonnen’. Dat houdt in dat hij de zaak waarop het zekerheidsrecht rust kan verkopen of, in het geval van een pandrecht op een vordering, de vordering (rechtstreeks) kan innen. Het verschil tussen beide is dat een hypotheekrecht wordt gevestigd op een onroerende zaak (zoals een woning) en een pandrecht kan worden gevestigd op vrijwel alle andere zaken, zoals een auto, machine, juwelen of aandelen (zogenaamde ‘roerende zaken’) maar ook op vorderingen.
 

Hoe ontstaat een pandrecht?

Oorspronkelijk werden enkel roerende zaken verpand en aan de financier ‘ter belening’ in onderpand werden gegeven. Dit gebeurde vooral vroeger in de zogenaamde pandjeshuizen. De roerende zaak, bijvoorbeeld een horloge, werd letterlijk aan de financier gegeven tot zekerheid voor de terugbetaling van het te leen ontvangen geldbedrag. Omdat dit bijvoorbeeld in geval van een auto of machine weinig aantrekkelijk is voor de eigenaar, die immers de auto of machine wenst te gebruiken, zijn in de praktijk stille (vorderingen) en bezitloze (roerende zaken) pandrechten ontstaan.

Door middel van een notariële akte of een onderhandse akte en registratie daarvan bij de Belastingdienst kan een pandrecht worden gevestigd zonder dat de zaak aan de pandhouder behoeft te worden gegeven of zonder dat de debiteur van de te verpanden vordering van de verpanding op de hoogte behoeft te zijn.  
 

Sterk recht

Een pandrecht is een sterk recht. De houder van een pandrecht heeft het recht van parate executie. Dat wil zeggen dat hij zonder tussenkomst van de rechter de zaak waarop het pandrecht rust kan verkopen. Na de verkoop mag de pandhouder uit de opbrengst, na de kosten voor de verkoop te betalen, aan zichzelf het verschuldigde bedrag uitkeren. Ook in faillissement kan het pandrecht gewoon worden uitgewonnen. De pandhouder kan handelen alsof er geen faillissement is. Dat geldt ook voor de schuldsanering en surseance van betaling.

Wilt u meer weten over pandrechten of financiering en zekerheden? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.