nieuws

van ons

Herkansing of hoger beroep?

Stel, je bent van mening een vordering te hebben op een partij. Je schakelt daarvoor een gemachtigde (advocaat of jurist) in en die begint een procedure bij de kantonrechter. Omdat je wederpartij de vordering betwist en die betwisting ook onderbouwt met bewijsstukken, nodigt de kantonrechter je uit om je stellingen nader te onderbouwen. Maar je bent te laat met verschijnen bij de rechtbank of met het indienen van je processtuk, waardoor de kantonrechter je nadere onderbouwing en bewijsstukken niet heeft ontvangen. Het gevolg is dat de kantonrechter jouw vordering afwijst.

Hoe nu verder?

Met die afwijzing ben je het uiteraard niet eens. Dan staat de mogelijkheid van hoger beroep open. De vordering kan dan alsnog in volle omvang worden voorgelegd aan het gerechtshof. Eventuele (processuele) fouten die zijn gemaakt bij de kantonrechter kunnen worden hersteld en er kan aanvullend bewijs worden geleverd of aangeboden.

Maar, kun je in plaats van het instellen van hoger beroep ook voor een ‘herkansing’ bij dezelfde rechter gaan? Door opnieuw een procedure te beginnen en daarbij wél de noodzakelijke stukken (tijdig) in het geding te brengen?

In het strafrecht geldt het ‘ne bis in idem-beginsel’: iemand kan niet twee keer voor hetzelfde feit terechtstaan en worden gestraft. Dit beginsel vormt ook in het civiele recht een belemmering om - anders dan via het instellen van hoger beroep - tegenover dezelfde wederpartij een anders luidend oordeel te verkrijgen over een vordering van (nagenoeg) gelijke inhoud en strekking als een eerdere vordering waarover reeds door een rechter van gelijke rang is beslist. Indien een vordering in strijd met dit beginsel van een goede procesorde wordt ingesteld, dient zij te worden afgewezen.

Recente uitspraak kantonrechter

Dit is ook wat de kantonrechter te Rotterdam in een uitspraak van 10 mei 2019 heeft overwogen.

In deze procedure had de eisende partij, althans de door haar ingeschakelde deurwaarder, haar herkansing onder meer onderbouwd door te stellen dat een hoger beroep tegen het afwijzende vonnis kostbaarder is, ook voor de gedaagde partij. Deze goede bedoelingen hebben de kantonrechter echter niet op andere gedachten gebracht. De vorderingen zijn wederom afgewezen.

​Kortom: een civiele herkansing kan enkel in hoger beroep. Een hoger beroep is inderdaad kostbaar en de procedure duurt over het algemeen erg lang. Reden genoeg dus om de eerste kans direct goed en overtuigend te benutten. 

reijnders advocaten kan je daarbij helpen!