nieuws

van ons

De coronacrisis en invloed op commerciële contracten

Op 30 maart besteedde reijnders advocaten in een nieuwsflits aandacht aan de betekenis van het coronavirus voor lopende commerciële contracten. Een eventueel beroep op overmacht, onvoorziene omstandigheden en opschorting passeerden de revue. 

Nu zijn we zo'n acht maanden verder en geven wij u graag een update.

Coronacrisis is onvoorziene omstandigheid

Inmiddels is uit de rechtspraak af te leiden dat de coronacrisis bij commerciële contracten welke zijn gesloten vóór maart 2020 als een onvoorziene omstandigheid kan worden aangemerkt. Zo bepaalde de Rechtbank Gelderland in een door voetbalvereniging Vitesse aangespannen kort geding tegen Gelredome:

“Bij de vordering van Vitesse draait het in de kern om de vraag of de beperkingen in verband met de Coronacrisis in het licht van de overeenkomst van partijen een onvoorziene omstandigheid opleveren. Deze vraag wordt door de kantonrechter bevestigend beantwoord. Het is immers moeilijk voorstelbaar dat partijen een dergelijke pandemie bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen hebben gehad.”

Onvoorziene omstandigheid: wat houdt dat in?

De omvang en ingrijpende gevolgen voor de gehele economie en maatschappij en de onvoorstelbaarheid daarvan voor maart 2020 maken de coronacrisis een onvoorziene omstandigheid. Wat betekent dit concreet?

Dit betekent dat de rechter de gevolgen van een contract kan wijzigen of het contract deels kan ontbinden. En bij de beantwoording van de vraag wie en voor welk deel het ontstane nadeel van die wijziging van het contract dient te dragen wordt in de corona rechtspraak vaker het “share the pain” beginsel toegepast. Het verdelen van het ontstane nadeel.

Recente rechterlijke uitspraak

Bijvoorbeeld in een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam tussen een eethuis op de Wallen en een (niet professionele) verhuurder. De rechter oordeelde in dit geval als volgt:

“De verhuurder is wel in staat om het gehuurde feitelijk beschikbaar te stellen, maar die beschikbaarstelling heeft voor de huurder iedere zin verloren, omdat het gehuurde niet geëxploiteerd kan worden als gevolg van een voor risico van de verhuurder komend gebrek. De verhouding tussen prestatie en wederprestatie is uit balans geraakt. Herstel van het evenwicht kan bereikt worden doordat de rechter met behulp van art. 6:258 BW de overeenkomst wijzigt of ontbindt. Nu geen van beide partijen heeft bijgedragen aan het ontstaan van de coronacrisis is niet redelijk dat de tegenvaller in volle omvang op de huurder wordt afgewenteld, doch dient deze over beide partijen te worden verdeeld.”

Wordt u geconfronteerd met problemen ten aanzien van het al dan niet nakomen van (commerciële) contracten vanwege de coronacrisis of kunt u zelf een contract niet meer nakomen? En wilt u onderzoeken hoe voor u een beroep op onvoorziene omstandigheden en “share the pain” zou kunnen uitpakken?
reijnders advocaten helpt u graag en snel.

Zo kan het ook!

 

Neem contact op met Jop Reijnders voor meer informatie