nieuws

van ons

De wijzigingen in het arbeidsrecht met de komst van de Wab (6): Payrolling in de Wab

In vorige blogs heb ik u al op de hoogte gebracht van de nieuwe ontslaggrond, de regeling voor oproepcontracten, de wijzigingen van de transitievergoeding, de compensatieregelingvan de transitievergoeding en de ketenregeling. In deze blog sta ik stil bij de regels omtrent payrolling in de Wab.

In de Wab wordt geregeld dat payrollwerknemers recht krijgen op dezelfde rechtspositie en arbeidsvoorwaarden als werknemers die in dienst zijn bij de opdrachtgever. Voordat ik in ga op wat dit precies inhoudt, leg ik uit wanneer sprake is van payrolling.

Wanneer is sprake van payrolling?

In de huidige regelgeving is uitzenden juridisch gezien hetzelfde als payrolling. Beide situaties vallen onder de ‘uitzendovereenkomst’ als bedoeld in artikel 7:690 BW en de rechtspositie en arbeidsvoorwaarden voor werknemers zijn in beginsel hetzelfde. Met de komst van de Wab treedt hier verandering in. Er komt een wettelijk onderscheid tussen payrollen en uitzenden. Aan de definitie van de uitzendovereenkomst verandert niets, maar wel wordt de payrollovereenkomst in de wet gedefinieerd.

De Wab omschrijft de payrollovereenkomst als “de uitzendovereenkomst, waarbij de overeenkomst van opdracht tussen de werkgever en de derde niet tot stand is gekomen in het kader van het samenbrengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en waarbij de werkgever alleen met toestemming van de derde bevoegd is de werknemer aan een ander ter beschikking te stellen”.

Er is dus sprake van payrolling als is voldaan aan de cumulatieve criteria dat (i) de payrollwerkgever geen ‘allocatiefunctie’ op de arbeidsmarkt vervult en (ii) dat de arbeidskracht exclusief aan de opdrachtgever ter beschikking wordt gesteld.

De allocatiefunctie is het op actieve wijze bij elkaar brengen van vraag naar en aanbod van tijdelijke arbeid van de uitzendkracht en de inlener.

Payrolling en de Wet Arbeidsrecht in Balans

Onder de Wab krijgt de payrollwerknemer recht op de zelfde rechtspositie en arbeidsvoorwaarden als werknemers die bij de inlener in dienst zijn. Dit betekent dat de wettelijke ketenregeling die bij de inlener van toepassing is ook voor de payrollwerknemers gaat gelden.

Ook krijgt de payrollwerknemer recht op de bij de inlener geldende 13e maand, scholings- en verlofregelingen, vakantiedagen, etc.

Kortom, alle arbeidsvoorwaarden die van toepassing zijn op de werknemers die in dienst zijn van de inlener gaan ook gelden voor de payrollwerknemers.

Daarnaast is de wetgever van mening dat het huidige STiPP-pensioen niet meer toereikend is en dat er een ‘adequate’ pensioenvoorziening moet komen voor payrollwerknemers. Hoe die pensioenregeling er precies uit gaat zien, staat nog niet helemaal vast. Omdat de pensioenregels voor payrollwerknemers nog niet volledig zijn uitgewerkt, is duidelijk dat deze pas per 1 januari 2021 zullen ingaan.

Overgangsrecht

De nieuwe regels van de Wab voor payrollwerknemers treden op 1 januari 2020 direct in werking. Deze regels gelden voor iedere arbeidskracht die onder de definitie van payrollwerknemer in de zin van de Wab valt. Wel is het zo dat een arbeidsovereenkomst die voor bepaalde tijd is aangegaan en na 1 januari 2020 doorloopt niet ineens wordt omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Aan het einde van de tijdelijke arbeidsovereenkomst krijgt de werkgever de keuze om een nieuwe arbeidsovereenkomst, en daarmee een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, te sluiten of de arbeidsovereenkomst niet te verlengen.

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Neem contact op met Peter