nieuws

van ons

Het geheimhoudingsbeding in de arbeidsovereenkomst

In het gros van de arbeidsovereenkomsten is een geheimhoudingsbeding opgenomen. Dit beding beschermt de werkgever onder andere tegen het ‘lekken’ van vertrouwelijke informatie door een werknemer. Een werkgever heeft er bijvoorbeeld belang bij dat gegevens over haar klanten en relaties, winstmarges en overige bedrijfsgeheimen niet op straat komen te liggen. Aangenomen wordt dat een geheimhoudingsplicht voortvloeit uit de algemene norm van goed werknemerschap. Dit brengt mee dat een geheimhoudingsbeding ook (meestal) doorwerkt ná het einde van de arbeidsovereenkomst. Het belang van geheimhouding voor de werkgever wordt tijdens de arbeidsovereenkomst onderschreven door het feit dat schending van de geheimhoudingsplicht reden kan zijn voor een ontslag op staande voet.

In de rechtspraak wordt met enige regelmaat geprocedeerd over het geheimhoudingsbeding en een vermeende schending daarvan. Wanneer bedrijfsgeheimen worden gedeeld, is schending evident. Er bestaan ook situaties waarin een schending minder evident is. Over een dergelijke situatie heeft de Rechtbank Gelderland een oordeel gegeven.

De casus

Een werkgever heeft met één van haar werknemers een vaststellingsovereenkomst gesloten om de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 oktober 2018 met wederzijds goedvinden te beëindigen. In deze vaststellingsovereenkomst zijn partijen onder andere overeengekomen dat de werknemer wordt vrijgesteld van werkzaamheden en dat het hem is toegestaan eerder dan de einddatum elders in dienst te treden, in welk geval de arbeidsovereenkomst op die eerdere datum zal eindigen. Ook zijn zij overeengekomen dat de geheimhoudingsverplichting van de werknemer blijft voortduren na uitdiensttreding. Op overtreding van het beding is een boete opgenomen van € 25.000,-. Per 1 september 2018 treedt de werknemer elders in dienst in een vergelijkbare functie als die hij vervulde bij zijn voormalige werkgever.

Kort nadat de werknemer met zijn nieuwe baan is gestart, maakt hij een WhatsApp-groep aan met onder meer oud collega’s, nieuwe collega’s, personen uit de privékring én klanten van zijn voormalige werkgever. De groep bestond uit 135 personen en al deze personen hebben elkaars aanwezigheid in de groep kunnen waarnemen. Omdat er klanten waren opgenomen in de WhatsApp–groep en daarmee namen en/of logo’s in combinatie met telefoonnummers van klanten van de voormalige werkgever voor derden beschikbaar zijn geworden, is het geheimhoudingsbeding volgens de kantonrechter geschonden. De door de voormalige werkgever gevorderde boete is derhalve verschuldigd. De kantonrechter matigt de boete uiteindelijk, vanwege persoonlijke omstandigheden, tot € 7.000,-. De kantonrechter nam in zijn oordeel mee dat de WhatsApp-groep per vergissing was aangemaakt, dat onduidelijk is wat de omvang van de schade voor de voormalige werkgever is, dat de werknemer een gezin te onderhouden heeft en dat een boete van € 25.000,- daarmee financieel erg bezwaarlijk is.

Bij reijnders advocaten hebben wij regelmatig te maken met geheimhoudingsbedingen in een arbeidsovereenkomst. Heeft u hier vragen over, neem dat contact met ons op om de mogelijkheden te bespreken.

Heeft u hier vragen over? Neem dan contact op met een van onze arbeidsrecht specialisten.