nieuws

van ons

Procederen moet je leren

Van een wijze advocaat leerde ik ooit om veel tijd te besteden aan het lezen van rechtspraak. Door veel rechtspraak te lezen, ontwikkel je als advocaat een neus voor strategie en lees je wat in procedures wel – en vooral niet – te doen. Het lezen van rechtspraak is ook nog eens erg leuk!

Zo ook de uitspraak van het Gerechtshof in ’s-Hertogenbosch van 12 maart 2019 (ECLI:NL:GHSHE:2019:967). Deze uitspraak is een schoolvoorbeeld van (i) hoe leuk het werk van advocaat kan zijn en (ii) hoe je als advocaat je cliënt kan helpen of kan breken. Helaas voor beide procespartijen is hier sprake van het laatste.

De advocaten in kwestie bewijzen de cliënten op het oog een slechte dienst.

Chinees restaurant te koop

De casus: via een Chinese variant van WhattsApp biedt de eigenaar van een Chinees restaurant zijn restaurant (“Onze Wereld”) te koop aan. Een bekende toont interesse en na overleg komen partijen tot een deal. € 300.000,-- wordt wit betaald, € 220.000,-- gaat (zwart) onder de tafel. De koopprijs, althans het witte deel, wordt in delen betaald.

Een leuk weetje: een civiele rechter interesseert zich niet voor de kleur van de euro’s en is alleen geïnteresseerd in de waarheid.

De deal gaat fout. Het restaurant wordt overgedragen en de koopprijs wordt tot een bedrag van € 150.000,-- niet voldaan (het zwarte deel is volledig betaald). Als de verkoper achter zijn geld aan gaat, stelt de koper dat hij bij de koop is misleid. De omzet waar de koopprijs op zou zijn gebaseerd zou in werkelijkheid slechts de helft bedragen van wat is voorgehouden bij de onderhandelingen. Dit zou maken dat de koper de koopovereenkomst overboord zou mogen gooien (vernietiging) wat dan dus ook wordt bepleit. De koper vordert de al betaalde € 370.000,-- terug en zal  na ontvangst van dit bedrag het restaurant teruggeven. Partijen stappen, naast de gewone rechter, naar de voorzieningenrechter en vorderen allebei met spoed euro’s. Hoe loopt dit af en wie krijgt de euro’s?!?!

Het kort geding

Helaas weet de up-to-date advocaat dat dit kort geding op niks uitdraait. De keuze voor een kort geding is namelijk een gevaarlijke. Een kort geding is een ideaal middel om snel een (voorlopig) oordeel van de rechter te krijgen. Het nadeel is dat een voorzieningenrechter alleen voorzieningen (dus maatregelen van tijdelijke aard) oplegt en dat sprake moet zijn van een spoedeisend belang.

In dat laatste gaat het fout. Voor het vorderen van een geldsom, de koopprijs in deze, is bij de voorzieningenrechter alleen bij uitzondering ruimte. Een geldvordering toewijzen is namelijk sowieso erg definitief (en dus geen voorziening) en niet snel bestaat een spoedeisend belang.

Hadden de advocaten in kwestie de wijze advocaat als opleider gehad, dan hadden zij kunnen weten dat de in kort geding gevorderde geldvordering eigenlijk niet ter discussie mag staan wil je dit met succes vorderen. Staat deze dat wel, dan moet de voorzieningenrechter “terughoudend” zijn in de toewijzing van het gevorderde. Dit laatste betekent zo veel als dat je er maar beter niet aan kan beginnen, tenzij je hele goede argumenten hebt waarom de gevorderde euro’s met spoed nodig zijn. Een foefje is het vorderen van een voorschot op de geldvordering maar ook dan moet je van goede huize komen.

Spoedeisend belang

In dit geval meende de advocaat van verkoper zijn spoedeisend belang te kunnen aantonen door te stellen dat het geld nodig zou zijn voor een studerend kind en een nieuwe onderneming. Bovendien zou de koper geen werk hebben waardoor de euro's met spoed nodig zouden zijn. Daar stond tegenover, maar dat noemde de advocaat niet, dat verkoper toch echt al € 370.000,-- had ontvangen (het bedrag wat door de koper terug werd gevorderd). Wat ontbreekt is een goede onderbouwing waarom het gevorderde bedrag van € 150.000,-- zo nodig is dat geen gewone procedure kan worden afgewacht. Zeker met het gegeven dat een gewone procedure al loopt en een vonnis binnen afzienbare tijd is te voorzien, maakt dat de rechter oordeelt dat een spoedeisend belang ontbreekt.

Verkoper loopt zonder één euro succes – en waarschijnlijk veel kosten – weg uit de rechtbank. Het is voor verkoper te hopen dat de tegenvordering, de terugbetaling van de reeds ontvangen koopsom, van de koper niet slaagt. 

Gelukkig voor de verkoper is dat het geval. Ook de koper krijgt de deksel op de neus. De advocaat in kwestie lijkt, het arrest lezende, de koper een slechte dienst te bewijzen. 

Andermaal moet een spoedeisend belang blijken maar de advocaat meent de aanwezigheid daarvan te kunnen bepleiten door te benoemen waarom het aanhouden van het restaurant voor de koper desastreus zou zijn. Het restaurant draait verlies en daarom dient ingegrepen te worden, aldus de advocaat.

De rechter volgt de advocaat terecht niet. De advocaat lijkt te zijn vergeten dat ook koper geld – het al betaalde bedrag – vordert en dat dus gesteld moet worden waarom de koper dit geld met spoed nodig zou hebben. De exploitatie van het restaurant doet er dus helemaal niet toe. Helaas lijkt de advocaat dat niet begrepen te hebben en daarom is niets gesteld over de noodzaak het gevorderde bedrag te bezitten. De rechter oordeelt dus ook hier dat van een spoedeisend belang niet is gebleken.

Kortom: beide partijen zijn het niet met elkaar eens en zijn, na twee instanties bij de voorzieningenrechter en een aanhangige bodemprocedure, niets opgeschoten. Wel zullen zij vele euros hebben gespendeerd aan de advocaten. 

Hadden deze advocaten zichzelf beter ingelezen, dan hadden zij de cliënten de kosten kunnen besparen. reijnders advocaten weet dat en meent dat eerlijk advies alle partijen het verst brengt!


Het was weer leuk om te lezen!
 

Heeft u vragen over een procedure?