nieuws

van ons

Tellen inkomsten uit de webwinkel wel/niet mee bij het aanvragen van een huurkorting?

Op 15 juli kwam de kantonrechter in Rotterdam de verhuurder tegemoet door bij tussenuitspraak te beslissen dat inkomsten uit de webwinkel (van Scotch & Soda) meewegen bij de berekening of de huurder recht heeft op korting van zijn huur. Aangezien de huurder haar verzoek tot huurvermindering enkel baseerde op de weggevallen omzet van haar stenen winkels werd zij  door deze rechter teruggefloten en moet zij haar huiswerk over doen. Haar berekening was immers onvolledig.
Een andere kantonrechter in Rotterdam komt meer recent tot een tegengesteld oordeel en laat de omzet uit de webwinkel (van Essential Antwerp) niet meetellen als zij huurkorting vraagt vanwege corona. 
In beide gevallen ging het om dezelfde verhuurder/vastgoedbelegger.

Dit welles/nietes spel is voor huurders en verhuurders een extra reden om uit te kijken naar de antwoorden die de Hoge Raad naar verwachting dit jaar nog zal geven op eerder gestelde (prejudiciële) vragen. De praktijk schreeuwt om duidelijkheid.
Op de volgende vragen wenst de praktijk duidelijke antwoorden, maar zij moet nog even geduld hebben. Zie ook voorgaand artikel op onze website.

  1. Dient de als gevolg van de coronacrisis van overheidswege opgelegde sluiting van de horeca beschouwd te worden als een gebrek in de zin van artikel 7:204 lid 2 BW?
  2. Zo ja, aan de hand van welke criteria moet dan de mate van huurprijsvermindering worden beoordeeld?(telt de webomzet wel/niet mee?)
  3. (Of) vormt de beperking in het gebruik van het gehuurde een onvoorziene omstandigheid die tot huurprijsvermindering kan leiden?
  4. (Zo ja, welke omstandigheden van het geval wegen mee bij het bepalen of verdelen van de schade?)

Wij helpen u graag

Wordt u geconfronteerd met problemen ten aanzien van het al dan niet nakomen van (commerciële) contracten vanwege de coronacrisis of kunt u zelf een contract niet meer nakomen? En wilt u onderzoeken hoe voor u een beroep op onvoorziene omstandigheden en “share the pain” zou kunnen uitpakken? reijnders advocaten helpt u graag en snel.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem contact op met Peter

Of bel Peter

Veel gestelde vragen

Natuurlijk kun je reijnders advocaten altijd bellen. Dat is zeker verstandig en ook kosteloos. Daarnaast kun je bij ons ook altijd terecht voor een gratis intakegesprek. Vul je gegevens in en wij nemen zo snel mogelijk contact met je op.

Wanneer het een bedrijf voor de wind gaat, wordt er vaak van uit gegaan dat de bank die nu uw groei financiert, ook in slechte tijden – wanneer het bedrijf zich in noodweer bevindt – paraplu’s uitdeelt om u voor erger te behoeden. De realiteit vertelt echter meestal een ander verhaal. De bank zal het krediet in veel gevallen opzeggen en binnen korte tijd willen opeisen. Wat kunt u doen?

De eerste optie waar veel ondernemers aan denken is om de pijlen te richten op de bank om de rechtmatigheid van de intrekking aan te vechten om het krediet te kunnen behouden. Het blijkt dat deze aanval over het algemeen niet erg kansrijk is en veelal alleen maar meer kosten (en frustratie) met zich meebrengt.

Een betere optie is om voor de korte financiering (rekening-courant krediet) op zoek te gaan naar vervanging. Dit kan door bijvoorbeeld een investeerder te zoeken of het gat zelf aan te vullen door middel van verkoop van voorraad en inventaris.
Voor het krediet op lange termijn (geldlening) kunt u het beste uw bedrijf onder de loep nemen met een expert . Hij kan u aangeven wat er nodig is om uw bedrijf weer financieel gezond te maken. Hiermee is de kans veel groter dat u de bank overhaalt tot het opschorten van de eis tot betaling. De belangen van de ondernemer en de bank zijn hier immers hetzelfde: het door laten lopen van de lening en het voorkomen van gedwongen verkoop. Zowel de bank als u zullen immers veelal door executoriale verkoop ‘wonden moeten likken’.

Het is dus slimmer om goed naar uw bedrijf te kijken in plaats van direct tot de aanval over te gaan. Dit kan u kosten besparen en de kans op het redden van uw bedrijf aanzienlijk vergroten.

 

Wanneer het een bedrijf voor de wind gaat, wordt er vaak van uit gegaan dat de bank die nu uw groei financiert, ook in slechte tijden – wanneer het bedrijf zich in noodweer bevindt – paraplu’s uitdeelt om u voor erger te behoeden. De realiteit vertelt echter meestal een ander verhaal. De bank zal het krediet in veel gevallen opzeggen en binnen korte tijd willen opeisen. Wat kunt u doen?

De eerste optie waar veel ondernemers aan denken is om de pijlen te richten op de bank om de rechtmatigheid van de intrekking aan te vechten om het krediet te kunnen behouden. Het blijkt dat deze aanval over het algemeen niet erg kansrijk is en veelal alleen maar meer kosten (en frustratie) met zich meebrengt.

Een betere optie is om voor de korte financiering (rekening-courant krediet) op zoek te gaan naar vervanging. Dit kan door bijvoorbeeld een investeerder te zoeken of het gat zelf aan te vullen door middel van verkoop van voorraad en inventaris.
Voor het krediet op lange termijn (geldlening) kunt u het beste uw bedrijf onder de loep nemen met een expert . Hij kan u aangeven wat er nodig is om uw bedrijf weer financieel gezond te maken. Hiermee is de kans veel groter dat u de bank overhaalt tot het opschorten van de eis tot betaling. De belangen van de ondernemer en de bank zijn hier immers hetzelfde: het door laten lopen van de lening en het voorkomen van gedwongen verkoop. Zowel de bank als u zullen immers veelal door executoriale verkoop ‘wonden moeten likken’.

Het is dus slimmer om goed naar uw bedrijf te kijken in plaats van direct tot de aanval over te gaan. Dit kan u kosten besparen en de kans op het redden van uw bedrijf aanzienlijk vergroten.

 

Als een natuurlijke persoon of rechtspersoon niet meer in staat is om aan zijn financiële verplichtingen te voldoen of als hij is opgehouden met het betalen van zijn schuldeisers, dan kan deze op verzoek van een van de schuldeisers door de rechtbank failliet worden verklaard. Alle bezittingen van een failliete persoon tezamen noemt met de failliete boedel. De failliete boedel bestaat zo lang de natuurlijke persoon of rechtspersoon in faillissement verkeert. De boedel wordt overeenkomstig de wet verdeeld door de curator onder de schuldeisers van de failliete persoon. De failliete persoon kan daar niet meer over ‘beschikken’, dat wil zeggen hij kan niets uit de boedel rechtsgeldig overdragen.