nieuws

van ons

Vorderingen op een VOF en de vennoten; hoe zit dat nou?

Wist u dat u uw schuld op een vennootschap onder firma (VOF) geldend kan maken tegen de gezamenlijke vennoten én tegen iedere vennoot afzonderlijk?

En wist u ook dat u na het lezen van dit artikel zult weten dat u zich de moeite kan besparen om naast de VOF ook de afzonderlijke vennoten aan te schrijven als u die wilt bereiken?

Anders weet u het nu!

De vordering op de VOF

De schuldeiser van een VOF kan de VOF aanspreken tot betaling van de vordering maar tegelijkertijd ook de vennoten van de VOF afzonderlijk. De schuldeiser heeft daarmee dus twee samenlopende vorderingsrechten: één op de VOF en één op de vennoot.  

Natuurlijk is dit interessant omdat een schuldeiser daardoor in meerdere kassa’s kan graaien om de vordering voldaan te krijgen.

Tegelijkertijd dient wel rekening te worden gehouden met het feit dat sprake is van afzonderlijke vorderingen. Deze afzonderlijke vorderingen verjaren ook afzonderlijk.

Stuiting van de verjaring

Recent heeft de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2020:1315) zich uitgelaten over de stuiting van de verjaring in het geval een schuldeiser een vordering heeft op de VOF en de vennoot.

Een vordering verjaart door verloop van tijd. Afhankelijk van de “soort” vordering is deze verjaringstermijn drie of vijf jaar. De verjaringstermijn kan worden gestuit. Dit doet de schuldeiser door de schuldenaar – in niet juridische woorden – te berichten dat laatstgenoemde niet moet denken dat hij van de schuldeiser “af” is en rekening moet houden met de invordering van de schuld. Ook wordt de verjaring gestuit door het starten van een procedure. Een stuitingshandeling moet telkens binnen de verjaringstermijn gebeuren. Als de schuldeiser dit goed agendeert, dan kan het vorderingsrecht oneindig lang blijven bestaan.

De niet-uitkerende levensverzekering

De casus is even simpel als triest. Meneer en mevrouw laten zich door een VOF adviseren over een af te sluiten levensverzekering. Voorafgaand aan het ingaan van de levensverzekering wordt een recente ziekte van mevrouw niet gemeld bij de verzekeraar. Mevrouw komt al snel nadat de verzekering is ingegaan te overlijden.

Doordat de ziekte niet was gemeld, keert de levensverzekeraar niets uit. De verzekeraar heeft dat op 7 februari 2002 kenbaar gemaakt.

Op 1 september 2005 - letten we op? – stuurt de advocaat van meneer een brief aan de VOF waarin de VOF aansprakelijk wordt gehouden voor de door meneer geleden schade. Deze aansprakelijkstelling wordt per brief van 4 maart 2008 herhaald. Beide brieven kwalificeren als stuitingshandelingen.

Op 1 maart 2013 schrijft de advocaat een brief aan de vennoot van de VOF waarbij deze vennoot in persoon aansprakelijk worden gehouden voor geleden schade. De oplettende lezer zal opmerken dat tussen laatste brieven 4 jaren en 362 dagen zijn gelegen.

Uiteindelijk kiest meneer ervoor een procedure te starten tegen de inmiddels gewezen vennoot van de VOF. Deze vennoot verweert zich door te stellen dat de vordering is verjaard. De eerste brief die hem heeft bereikt is die uit 2013 en dat is maar liefst elf jaren nadat meneer bekend was met de schade en de aan te spreken partij.

Dit verweer van de vennoot slaagt bij zowel de rechtbank als het hof. Beide instanties stellen dat de vordering is verjaard omdat sprake is van afzonderlijke vorderingsrechten die afzonderlijk gestuit moeten worden. De brieven uit 2005 en 2008 zijn gericht aan de VOF en niet aan de vennoot in persoon. De brief uit 2013 is te laat en daarmee is de vordering verjaard. Meneer staat met lege handen en stapt naar de Hoge Raad.

Verjaring of niet?

De Hoge Raad oordeelt anders over de verjaring.

Juist is dat sprake is van afzonderlijke vorderingsrechten (op de VOF en haar vennoten in persoon) maar – en nu komt de crux - een verklaring gericht aan de VOF is een verklaring gericht aan de gezamenlijke vennoten.

“Een verklaring jegens de VOF die de VOF bereikt – doordat die verklaring wordt ontvangen hetzij op het kantoor van de vennootschap, hetzij door een van de vertegenwoordigingsbevoegde vennoten -, wordt in verband daarmee geacht ieder van de vennoten te hebben bereikt (artikel 3:37 lid 3 BW). Uitgangspunt moet daarom zijn dat die verklaring jegens ieder van hen werking heeft.”

Een stuitingsverklaring ‘jegens de VOF’ moet in beginsel zo worden uitgelegd dat deze ook als stuitingsverklaring is bedoeld met betrekking tot de vorderingen op de individuele vennoten. Dit omdat in het algemeen er geen reden is om aan te nemen dat de schuldeiser enkel het doel heeft om die ene vordering op de VOF – en niet die op de vennoten in persoon – te stuiten. Daarom moeten de vennoten een dergelijke verklaring ook begrijpen als stuitingsverklaring van de vordering op de vennoot in persoon. Slechts in bijzondere gevallen kan dat anders zijn.

Gezien de data waarop de brieven zijn verzonden, is – op drie dagen na – geen sprake van verjaring. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Dit hof mag zich vervolgens buigen over de zaak waarbij het beroep op verjaring dus niet slaagt.

Tot die tijd is de les dat een brief aan een VOF wordt verondersteld een brief te zijn gericht aan de VOF én haar vennoten in persoon.

Wel zo handig nu de advocaat slechts één brief hoeft te schrijven; dat scheelt weer in de kosten!

Heeft u een vordering op een VOF? Wij adviseren u graag!