nieuws

van ons

Afgebroken onderhandelingen

De onderhandelingen tussen u als ondernemer en de andere partij willen niet vlotten. De onderhandelingen kosten u veel tijd en daarmee ook geld. Wat als de onderhandelingen uiteindelijk klappen? Kunt u dan een schadevergoeding vorderen?

In ons rechtstelsel staat de contractsvrijheid hoog in het vaandel, maar deze vrijheid kent zijn limiet. Er kan sprake zijn van zogenaamde precontractuele aansprakelijkheid. Hieronder een korte uiteenzetting onder welke omstandigheden u niet zomaar kunt weglopen van de onderhandelingstafel.

Precontactuele aansprakelijkheid

Precontractuele aansprakelijkheid betekent in feite dat de een aansprakelijk is voor de schade die de ander lijdt vanwege het afbreken van de onderhandelingen. De precontractuele fase is een benaming voor de onderhandelingsperiode. In deze fase moeten partijen zich gedragen volgens de eisen van de redelijkheid en billijkheid. Dit betekent onder andere dat partijen rekening moeten houden met elkaars gerechtvaardigde belangen. Er kunnen natuurlijk altijd redenen zijn om in de loop der tijd de onderhandelingen af te breken. Onvoorziene omstandigheden kunnen hierbij een rol spelen, bijvoorbeeld dat een uitbreiding/verbouwing niet meer noodzakelijk is omdat de economie volledig is ingestort.[1]

Afbreken van onderhandelingen

Uitgangspunt is dat men vrij is om de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de ander in het sluiten van de overeenkomst of door andere omstandigheden onaanvaardbaar zou zijn. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de mate waarin en de wijze waarop de partij die de onderhandelingen afbreekt tot het ontstaan van dat vertrouwen heeft bijgedragen en met de gerechtvaardigde belangen van deze partij.[2] Het gerechtvaardigd vertrouwen moet bestaan op het moment van het afbreken van de onderhandelingen.

Drie fasen in de onderhandelingen

Op grond van een arrest van de Hoge Raad wordt in de praktijk onderscheid gemaakt tussen 3 fasen in de onderhandelingen.

 

  • Fase1

In de eerste fase staat het partijen vrij om weg te lopen van de onderhandelingstafel zonder schadeplichtig tegenover elkaar te zijn.

  • Fase 2

In de tweede fase moet degene die de onderhandelingen afbreekt de onderhandelingskosten van de ander vergoeden op grond van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid. Dit wordt ook wel het negatieve contractsbelang genoemd.

  • Fase 3

In de derde en laatste fase is het afbreken van de onderhandelingen niet meer gerechtvaardigd. Er is dan dus sprake van gerechtvaardigd vertrouwen van de ander in het totstandkomen van de overeenkomst of van andere omstandigheden waardoor het afbreken onrechtvaardig is. Indien dit het geval is, moet de afbrekende partij de gederfde winst van de andere partij vergoeden. Dit wordt ook wel het positieve contractsbelang genoemd. De Hoge Raad heeft ook geoordeeld dat rechters streng en terughoudend moeten omgaan met het positieve contractsbelang. Met andere woorden: dit wordt niet zomaar toegekend.

Onderhandelingskosten

De onderhandelingskosten worden toegekend op basis van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid, dus op grond van fase 2 zoals hierboven besproken. Dit betekent dat het recht aanvullend werkt op grond van wat men redelijk en billijk vindt. Maar waar moet men aan denken bij het begrip ‘onderhandelingskosten’?

Bij onderhandelingskosten kan gedacht worden aan kosten die gemaakt zijn om aan de onderhandelingen te kunnen deelnemen, zoals bijvoorbeeld de voorbereidende werkzaamheden verricht door een aannemer.[3]

In een zaak bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had de afbrekende partij dusdanig (tijds)druk uitgeoefend op de benadeelde partij, dat deze al begonnen was met werkzaamheden te verrichten ter voorbereiding, ook al was de deal nog niet rond. Het Hof oordeelt dat van de afbrekende partij mocht worden verwacht dat zij meer duidelijkheid gaf en had moeten waarschuwen dat de werkzaamheden nog niet mochten aanvangen. Door dit niet te doen, had de afbrekende partij zich onvoldoende de belangen van de benadeelde partij aangetrokken.

Schade of aansprakelijkheid?

Heeft u te maken met schade naar aanleiding van het afbreken van onderhandelingen? Of wordt u geconfronteerd met een aansprakelijkheid op grond van het afbreken van onderhandelingen? Bij reijnders advocaten zijn specialisten werkzaam die u kunnen helpen bij dit soort kwesties. Wij helpen u graag met het verhalen van de schade of juist het voeren van een vlammend verweer. Neem vrijblijvend contact met ons op!

Heeft u vragen over het afbreken van onderhandelingen? Wij helpen graag.

Meer weten?

Wanneer het een bedrijf voor de wind gaat, wordt er vaak van uit gegaan dat de bank die nu uw groei financiert, ook in slechte tijden – wanneer het bedrijf zich in noodweer bevindt – paraplu’s uitdeelt om u voor erger te behoeden. De realiteit vertelt echter meestal een ander verhaal. De bank zal het krediet in veel gevallen opzeggen en binnen korte tijd willen opeisen. Wat kunt u doen?

De eerste optie waar veel ondernemers aan denken is om de pijlen te richten op de bank om de rechtmatigheid van de intrekking aan te vechten om het krediet te kunnen behouden. Het blijkt dat deze aanval over het algemeen niet erg kansrijk is en veelal alleen maar meer kosten (en frustratie) met zich meebrengt.

Een betere optie is om voor de korte financiering (rekening-courant krediet) op zoek te gaan naar vervanging. Dit kan door bijvoorbeeld een investeerder te zoeken of het gat zelf aan te vullen door middel van verkoop van voorraad en inventaris.
Voor het krediet op lange termijn (geldlening) kunt u het beste uw bedrijf onder de loep nemen met een expert . Hij kan u aangeven wat er nodig is om uw bedrijf weer financieel gezond te maken. Hiermee is de kans veel groter dat u de bank overhaalt tot het opschorten van de eis tot betaling. De belangen van de ondernemer en de bank zijn hier immers hetzelfde: het door laten lopen van de lening en het voorkomen van gedwongen verkoop. Zowel de bank als u zullen immers veelal door executoriale verkoop ‘wonden moeten likken’.

Het is dus slimmer om goed naar uw bedrijf te kijken in plaats van direct tot de aanval over te gaan. Dit kan u kosten besparen en de kans op het redden van uw bedrijf aanzienlijk vergroten.

 

Roerende zaken worden vaak onder eigendomsvoorbehoud geleverd. De juridische eigendom wordt als het ware ‘voorbehouden’ door de leverancier; de leverancier blijft juridisch eigenaar totdat aan de voorwaarde van algehele betaling van de koopsom is voldaan. De koper kan dus al wel feitelijk over de zaak beschikken, maar hij heeft nog niet de volle eigendom van de zaak. Als de volledige koopsom is voldaan, wordt de koper ook echt de eigenaar. Tot dat moment is de koper voorwaardelijk eigenaar: hij is eigenaar onder de opschortende voorwaarde van betaling. 

Wanneer partijen afspraken met elkaar maken vloeien daaruit rechten en verplichtingen uit voort. Die rechten en verplichtingen noemt men ook wel verbintenissen. Verbintenissen kunnen onder opschortende of ontbindende voorwaarde worden aangegaan.
 

Ingeval van een opschortende voorwaarde begint de verbintenis pas te lopen als een bepaalde gebeurtenis zich voordoet. Tot dat moment geldt de verbintenis (nog) niet. Een voorbeeld is het aangaan van een koopovereenkomst onder de opschortende voorwaarde dat door het bestuur van de onderneming toestemming is verleend. Wordt geen toestemming verleend voor de koopovereenkomst, dan wordt geacht de overeenkomst niet te hebben bestaan.
 

Door een ontbindende voorwaarde vervalt een verbintenis wanneer een bepaalde gebeurtenis plaatsvindt. De verbintenis loopt zolang die gebeurtenis niet plaatsvindt en de ontbindende voorwaarde dus nog niet is vervuld. Een bekend voorbeeld van een ontbindende voorwaarde is het financieringsvoorbehoud. Men koopt een huis onder voorbehoud dat de financiering gerealiseerd wordt. Lukt dat niet, dan vervalt de koopovereenkomst. De koopovereenkomst heeft dan wel bestaan.
 

Door vervulling van een ontbindende voorwaarde ontstaat een ongedaanmakingsverbintenis. Alles moet worden teruggedraaid naar de situatie van voor het sluiten van de overeenkomst. Reeds verrichte prestaties moeten dus ongedaan worden gemaakt. 

Van oudsher was de B.V. geen populaire keuze onder startende ondernemers vanwege de strenge eisen die werden gesteld aan de oprichting hiervan. Dit is sinds 2012 veranderd met een wetswijziging die ook wel ‘de Flex-BV’ wordt genoemd.

Door deze wetswijziging zijn de strenge eisen behoorlijk versoepeld.

  • Het startkapitaal is verlaagd van € 18.000,- naar € 0,01.
  • Een bank- en accountantsverklaring zijn niet meer verplicht.
  • U kunt de statuten grotendeels zelf inrichten, met als minimum vereisten: naam van het bedrijf, plaats van vestiging, doel van bedrijf, aandelenkapitaal, regeling voor  directeuren en commissarissen die wegvallen (bijv. door ziekte of door schorsing).
  • U kunt restricties aanbrengen in de overdracht van aandelen. De regeling dat de aandelen eerst aangeboden moeten worden aan de andere aandeelhouders als een aandeelhouder uit de BV stapt, is opgeheven.
  • Aandelen kunnen worden uitgegeven zonder stemrecht of zonder recht op dividend.
  • Ook als uw B.V. al eerder is opgericht kunt u alsnog de statuten gemakkelijk wijzigen.
  • Besluiten kunnen worden genomen zonder dat hier een algemene ledenvergadering voor gehouden dient te worden.

Waar moet ik dan wel rekening mee houden?

  • U moet nog wel een notariële akte hebben als bewijs van het oprichten van de B.V.
  • Met het wegvallen van het startkapitaal zijn andere regels opgenomen die de crediteuren beschermen.
  • Bij onzorgvuldig handelen kunt u alsnog privé aansprakelijk gehouden worden.
  • Er is een verbod op het uitkeren van dividend wanneer u voorziet dat de B.V. zijn schulden niet meer kan betalen.