nieuws

van ons

De (on)roerende recreatiewoning

Voor veel mensen is het een droom die uitkomt: een vakantiehuisje in eigen land om in het weekend lekker uit te waaien. De vakantieparken met recreatiewoningen schieten als paddenstoelen uit de grond en veel (gepensioneerde) Nederlanders hebben in de afgelopen jaren hun “tweede paleisje” aangeschaft.

De recreatiewoning wordt geplaatst op een mooi perceel op het recreatiepark, dat wordt gekocht of gehuurd van het park. Tuintje eromheen en oprit voor de auto; wie maakt je wat!

Maar, is zo’n recreatiewoning nou roerend of onroerend goed? En maakt dat verschil bij het aankopen en verkopen van de recreatiewoning?

(On)roerend goed?

Het Hof ’s-Hertogenbosch oordeelde in een recent arrest dat voor de vraag of een recreatiewoning roerend of onroerend is dient te worden beoordeeld of deze bestemd is om “duurzaam ter plaatse te blijven”. Als dat zo is, dan is sprake van onroerend goed. In het geval waarover het Hof oordeelde had de recreatiewoning weliswaar wielen, maar die waren niet te zien omdat de woning tot aan de grond toe was afgewerkt. Verder beschikte de woning over meerdere kamers (waaronder keuken en badkamer), waren om de woning een tuin en een overdekt terras aangelegd en was de woning aangesloten op de riolering en energievoorzieningen. Voldoende redenen om aan te nemen dat sprake is van onroerend goed, aldus het Hof. Dat de woning op zichzelf genomen verplaatsbaar was, deed daar niet aan af.

Mijn conclusie is dat het gros van de recreatiewoningen als onroerend goed worden aangemerkt, indien voornoemde omstandigheden als uitgangspunt worden genomen.

Wat heeft dat (juridisch) voor gevolgen?

In ieder geval dient de (ver)koop van de recreatiewoning, zijnde een onroerende zaak, door/aan een particulier schriftelijk te worden vastgelegd. Zie ook mijn eerdere bijdrage. In de kwestie waarin het Hof heeft geoordeeld, was van een schriftelijke koopovereenkomst geen sprake. Dit betekent dat geen geldige koopovereenkomst is gesloten. De koper die de woning niet wilde afnemen kreeg daarom zijn aanbetaling terug.

Ook heeft de koper van een onroerende zaak, op grond van artikel 7:2 BW, het recht om de koopovereenkomst binnen 3 dagen te ontbinden, zonder opgaaf van reden (dit is de wettelijke bedenktijd).

Wat verder van belang is, is dat de levering van onroerend goed dient plaats te vinden bij notariële akte. Wat nu, als je een bestaande (en reeds geplaatste) recreatiewoning hebt gekocht of verkocht en de levering heeft niet op die wijze plaats gevonden? Dat betekent formeel dat er geen overdracht plaats heeft gevonden en dus dat de recreatiewoning niet van eigenaar is gewisseld.

Het (ver)kopen van een recreatiewoning kan dus meer juridische haken en ogen hebben dan in eerste instantie voorzien. Bel of e-mail ons gerust met vragen of voor overleg.

Meer vragen hierover? Bel Maarten: