nieuws

van ons

Haagse kantonrechter: horeca betaalt helft huur gedurende lockdown

(coronacrisis en invloed op commerciële contracten III)

Op 30 maart en 11 november jl. besteedde reijnders advocaten aandacht aan de betekenis van het coronavirus voor lopende commerciële contracten. De uitspraak van de kantonrechter Den Haag van 21 januari 2021 (ECLI:NL:RBDHA:2021:461) in een geschil tussen 2 horeca ondernemers en hun verhuurder van bedrijfsruimte bevestigt de ingezette lijn binnen de rechtspraak en is vooral duidelijk:
 

  • De beperkende overheidsmaatregelen vormen een gebrek waardoor niet het huurgenot wordt verschaft dat huurders mochten verwachten;
  • Huurprijsvermindering is mogelijk op grond van onvoorziene omstandigheden en de coronacrisis is gelet op haar omvang en de gevolgen voor de economie en maatschappij een onvoorziene omstandigheid;
  • De coronacrisis en de getroffen overheidsmaatregelen hebben geleid tot een fundamentele verstoring van het evenwicht in de huurovereenkomst;
  • Het ligt in beginsel voor de hand om het financieel nadeel dat daarvan het gevolg is tussen partijen te verdelen;
  • De kantonrechter verdeelt de gevolgen van de coronacrisis gelijk over partijen en bepaalt dat huurders gedurende de lockdown (de huidige door de overheid opgelegde sluitingsperiode) 50% van de overeengekomen huurprijs verschuldigd zijn.
     

De rechter verdeelt aldus het ontstane nadeel tussen partijen en past het zgn. “share the pain” beginsel toe. Dit in weerwil van toepasselijke algemene huurvoorwaarden welke de mogelijkheid huurprijsvermindering te vorderen uitsluiten.

Wordt u geconfronteerd met problemen ten aanzien van het al dan niet nakomen van (commerciële) contracten vanwege de coronacrisis of kunt u zelf een contract niet meer nakomen? En wilt u onderzoeken hoe voor u een beroep op onvoorziene omstandigheden en “share the pain” zou kunnen uitpakken? reijnders advocaten helpt u graag en snel.
 

Heeft de coronacrisis ook gevolgen voor u? Neem contact op!

Veel gestelde vragen

Pas op met het snel/impulsief ontslaan van een werknemer. Het is belangrijk dat wanneer je een werknemer wilt ontslaan dat je dit goed voorbereid en een dossier opbouwt. Vooral kleine ondernemers zonder personeelsfunctionarissen maken hier vaak fouten. Voorkom dus extra kosten en frustraties.

U kunt een werknemer ontslaan indien er sprake is van één van de ontslaggronden zoals opgenomen in het Burgerlijk Wetboek. Afhankelijk van de ontslaggrond wordt de ontslagroute bepaald. Welke kosten en regels hieraan verbonden zijn is afhankelijk van het soort arbeidscontract en de reden van het ontslag. 

Ontslaggronden:

  • Bedrijfseconomische redenen
  • Reorganisatie
  • Langdurige ziekte (minimaal 2 jaar)
  • Frequent ziekteverzuim met onaanvaardbare gevolgen
  • Disfunctioneren
  • Verwijtbaar handelen van de werknemer
  • Gewetensbezwaren
  • Verstoorde arbeidsrelatie
  • Andere gronden (hier valt te denken aan detentie of ontbreken van een tewerkstellingsvergunning)
  • Ontslag op staande voet
  • Faillissement

 

Indien je hebt gewerkt, heb je recht op loon. In de arbeidsovereenkomst of in de collectieve arbeidsovereenkomst (cao) staat waarschijnlijk het moment genoemd waarop de werkgever het loon dient uit te betalen.

Stuur een e-mail aan je werkgever en geef aan dat je nog geen loon hebt ontvangen en vraag wat hier de reden voor is. Indien je werkgever hier niet op reageert is het verstandig om een aangetekende brief te sturen met nogmaals het verzoek om het loon te betalen. Wij kunnen je helpen met het opstellen van een brief waarin we het loon vorderen.  

Wanneer een debiteur niet kan of wil betalen en de verschillende niet-juridische stappen zijn genomen (herinnering, aanmaning, etc.) kan de vordering ten overstaan van de rechter afgedwongen worden. Dit kan in een zogenaamde bodemprocedure. Een dergelijke (zorgvuldige) procedure heeft als nadeel dat de doorlooptijd aanzienlijk is en de kosten substantieel.

Als er toch een bodemprocedure noodzakelijk is (o.a. vanwege complexiteit vordering en/of verweer van debiteur) kan het verstandig zijn voorafgaand conservatoir beslag te leggen op de bezittingen van de debiteur. Een advocaat kan voor u verlof vragen bij een rechter, waarna de deurwaarder beslag kan leggen op de goederen. Dit kan gebeuren zonder dat de debiteur hierover geïnformeerd hoeft te worden.

Hierna kunt u binnen 14 dagen de bodemprocedure starten waarin u eist dat de vordering wordt toegewezen, en de debiteur redenen aan kan voeren waarom dit niet zou moeten. Het conservatoir beslag dient op dit moment als een soort ‘verzekering’. Als de bodemprocedure positief afloopt, kan er ook daadwerkelijk verhaald worden op de debiteur.

Door het verrassingseffect is het conservatoir beslag erg effectief. Niet alleen als ‘verzekering’, maar ook komt het in de praktijk vaker voor dat plotseling overleg met de debiteur toch mogelijk blijkt. Immers wanneer een debiteur opeens niet meer bij zijn rekening kan, zal dit hem sneller overtuigen om actie te ondernemen.

Er moet wel met beleid met conservatoir beslag omgegaan worden, omdat bij een afgewezen vordering de schade geleden door de debiteur voor de rekening van de crediteur komt.

Een alternatief is het zogenaamde ‘incasso kort geding’. Wanneer de vordering duidelijk is en er geen noemenswaardig verweer bekend (of voorstelbaar) is en aannemelijk gemaakt kan worden dat er een spoedeisend belang bestaat dat er betaling op de vordering volgt, kan binnen enkele weken een mondelinge behandeling (zitting) in kort geding plaatsvinden. Wanneer het meezit ligt er binnen 6 weken na dagvaarding een toewijzend vonnis. 

Wanneer het een bedrijf voor de wind gaat, wordt er vaak van uit gegaan dat de bank die nu uw groei financiert, ook in slechte tijden – wanneer het bedrijf zich in noodweer bevindt – paraplu’s uitdeelt om u voor erger te behoeden. De realiteit vertelt echter meestal een ander verhaal. De bank zal het krediet in veel gevallen opzeggen en binnen korte tijd willen opeisen. Wat kunt u doen?

De eerste optie waar veel ondernemers aan denken is om de pijlen te richten op de bank om de rechtmatigheid van de intrekking aan te vechten om het krediet te kunnen behouden. Het blijkt dat deze aanval over het algemeen niet erg kansrijk is en veelal alleen maar meer kosten (en frustratie) met zich meebrengt.

Een betere optie is om voor de korte financiering (rekening-courant krediet) op zoek te gaan naar vervanging. Dit kan door bijvoorbeeld een investeerder te zoeken of het gat zelf aan te vullen door middel van verkoop van voorraad en inventaris.
Voor het krediet op lange termijn (geldlening) kunt u het beste uw bedrijf onder de loep nemen met een expert . Hij kan u aangeven wat er nodig is om uw bedrijf weer financieel gezond te maken. Hiermee is de kans veel groter dat u de bank overhaalt tot het opschorten van de eis tot betaling. De belangen van de ondernemer en de bank zijn hier immers hetzelfde: het door laten lopen van de lening en het voorkomen van gedwongen verkoop. Zowel de bank als u zullen immers veelal door executoriale verkoop ‘wonden moeten likken’.

Het is dus slimmer om goed naar uw bedrijf te kijken in plaats van direct tot de aanval over te gaan. Dit kan u kosten besparen en de kans op het redden van uw bedrijf aanzienlijk vergroten.