nieuws

van ons

"I surrender"

In het huidige tijdperk zou u kunnen denken dat deze titel te maken heeft met de persconferentie van onze Premier Mark Rutte die andermaal een krachtig beroep deed om ons voorlopig over te geven aan sterkere krachten en vooral vol te houden.

Niets is minder waar. Reijnders advocaten zorgt graag voor een ander geluid in deze tijd met een inkijk in haar praktijk!

In die praktijk komt het veelvuldig voor: de ontvangst van een “winnend” vonnis. Cliënt wint een juridische procedure en de wederpartij vangt bot bij de rechtbank.

Voor de verliezende partij staat dan nog de mogelijkheid open om het vonnis van die rechtbank aan te vechten bij een Gerechtshof. Wij noemen dit een hoger beroep. (Wilt u meer informatie over het wel en wee van een hoger beroep: zie https://reijnders-advocaten.nl/nieuws/wat-betekent-hoger-beroep-of-appel)

Rechtmatig belang bij hoger beroep

Naast de formele vereisten voor een hoger beroep, dient ook in het oog te worden gehouden of een partij wel belang heeft bij het hoger beroep. Als een rechtmatig belang bij een hoger beroep ontbreekt, dan kan die partij niet-ontvankelijk worden verklaard. De procedure in hoger beroep zal dan eindigen zonder dat een inhoudelijke beoordeling plaats vindt. Wel mag deze niet-ontvankelijke partij de andere partij vergoeden in de gemaakte proceskosten.

Het aantonen dat belang ontbreekt, is dan ook een waardevolle verdediging voor een partij die ongewild wordt geconfronteerd met een tegenpartij die in hoger beroep gaat van een vonnis. Bij reijnders advocaten “gebruiken” we dit argument met regelmaat.

Recent heeft “ons” gerechtshof in Den Bosch zich nog eens uitgelaten over dit rechtmatig belang, althans het ontbreken daarvan.

Deze procedure is gegrond op de volgende bepaling in de wet (artikel 334 Rv voor de geïnteresseerden):

Elke partij welke zal berust hebben in een vonnis, kan niet meer ontvankelijk zijn om daarvan te komen in hooger beroep”.

Met andere woorden: als je berust in een vonnis, kun je niet tegen datzelfde vonnis in hoger beroep gaan. De berusting dient ondubbelzinnig te zijn en ook als zodanig zijn begrepen door de andere partij. Denk aan de situatie dat door een partij onvoorwaardelijk wordt verklaard dat hij zich neer zal leggen bij de inhoud van het vonnis.

Recent arrest Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Met een verwijzing naar de geciteerde bepaling heeft het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch bij arrest van 14 april 2020 de partij die hoger beroep instelde tegen een vonnis de deur gewezen en hem niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

Wat had deze partij gedaan? Nadat bleek dat de goede man bij de rechtbank had verloren en aan de eisende partij moest betalen, verklaarde hij richting de eisende partij:

Ik heb besloten mij bij dat vonnis neer te leggen. Ik zal over de afgelopen (…) aldus een bedrag moeten voldoen dat (maximaal) iets lager is dan het bedrag dat de leden hebben voldaan.

Na deze mededeling, ging hij toch in hoger beroep.

Nee, stelde de wederpartij en oordeelde het Gerechtshof.

De gedane mededeling is ondubbelzinnig en daarmee is afstand gedaan van het recht op hoger beroep. Er is sprake van berusting in het vonnis en dat heeft de wederpartij ook zo mogen begrijpen. Dat de uitspraak niet met de advocaat was besproken en dat  de goede man niet zou weten wat de consequenties zouden zijn van een dergelijke mededeling, kan hem niet baten. De te vergoeden proceskosten, te betalen aan de “winnende” partij, bedragen € 3.401,--.

Kortom: een directe rechtse gevolgd door een uppercut. Gevolg is dat de partij niet-ontvankelijk wordt verklaard en wordt veroordeeld in de proceskosten van de wederpartij. Dit nadat deze persoon in eerste instantie dus ook al de deksel op de neus had gekregen. Zonde van het geld.

Wees dus alert op wat je wel en niet communiceert met je “wederpartij”. Voordat je het weet ben je met handen en voeten gebonden. Wij van reijnders advocaten begrijpen dat.