nieuws

van ons

Pandrecht als financieringsmotor

Een pandrecht maakt het mogelijk dat financiers er zeker van kunnen zijn dat zij hun geld terugkrijgen. Zelfs een faillissement van de schuldenaar doorkruist dit niet. Een ‘goed werkend’ pandrecht draagt bij aan de financieringsbereidheid. In de huidige periode waarin er een toenemende vraag aan extra liquiditeit bestaat en nog zal komen, is het goed om even stil te staan bij het pandrecht.

Een pandrecht is een zekerheidsrecht. Het geeft de schuldeiser zekerheid dat hij terugbetaald wordt. Een voorbeeld van een pandrecht in de meest oorspronkelijke vorm is het door een schuldenaar ‘in pand geven’ van zijn horloge aan een financier, ‘pandjeshuis’, tegen ontvangst van een geldbedrag. Wordt dat geldbedrag (verhoogd met rente en een vergoeding) keurig aan de financier (pandhouder) terugbetaald, dan krijgt de schuldenaar (pandgever) zijn horloge terug. Het horloge heeft tot zekerheid gediend dat de financier zijn geld terug krijgt. Wat als er niet terugbetaald wordt? Mag de financier dan met het horloge doen wat hem goeddunkt? Nee is het eenvoudige antwoord. De financier mag wel het horloge onder voorwaarden (in het openbaar) verkopen en zich op de opbrengst verhalen. Een eventueel surplus moet hij aan de schuldenaar betalen.

Het in het openbaar verkopen van een horloge ‘objectiveert’ de opbrengst en voorkomt dat de financier (pandhouder) met een te lage prijs genoegen neemt. En daarmee de schuldenaar (pandgever) dupeert. Het enkel mogen innen van het oorspronkelijke (nominale) vorderingsbedrag voorkomt ook dat de financier met minder genoegen neemt, bijvoorbeeld met een bedrag dat juist voldoende is om zijn vordering op de schuldenaar terug te betalen. De wetgever heeft daarom al weer even geleden bepaald dat andere bevoegdheden dan het innen van de (nominale) vordering bij de schuldenaar (pandgever) blijven, omdat “deze rechtshandelingen de rechten en de belangen van de pandgever diepgaand treffen”.

Pandrecht op vorderingen

Iets minder eenvoudig voorstelbaar, maar in de praktijk een erg belangrijke zekerheid voor financiers, is een pandrecht op de vorderingen die de schuldenaar op derden heeft. Wat gebeurt er met die vorderingen als de schuldenaar niet aan de financier terugbetaalt? Mag de financier enkel de betreffende vorderingen van de schuldenaar op derden innen (incasseren) of mag de financier ook een regeling of schikking treffen met derden zonder dat de schuldenaar (degene die de vordering op de derden heeft) daarvoor toestemming moet geven?

Uit (recente) uitspraken van rechters is inmiddels wel duidelijk geworden dat financiers en schuldenaren bij het vestigen van pandrechten op vorderingen desalniettemin een grote mate van vrijheid toekomt om afspraken te maken over de bevoegdheden die met de inning samenhangen, zoals het treffen van regelingen of schikkingen.

Zeker in de huidige tijd, waarin in toenemende mate behoefte zal zijn aan (aanvullende) financieringen is, is het prettig om te weten dat verdergaande afspraken ten aanzien van het pandrecht gemaakt kunnen worden. Met andere woorden, als op de juiste wijze pandrechten worden gevestigd, kunnen financiers met een grote mate van zekerheid op terugbetaling, ‘faillissementsproof’ en zonder afhankelijk te worden van medewerking van curatoren, financieringen verstrekken!

reijnders advocaten helpt financiers en kredietbehoeftigen (schuldenaren) graag bij het onderling maken van afspraken, bij het zo optimaal mogelijk inzetten van zekerheidsrechten, zoals het pandrecht.

Wilt u hier meer over weten? Neem dan contact op met Jop